Gemeentemuseum Den Haag

Wonen in een schilderij

Een kunstwerk is een mooie decoratie voor aan de muur’. zo zou je kunnen denken. Lange tijd leefde het idee dat de schilderkunst ondergeschikt was aan de architectuur. Aan het begin van de 20e eeuw zette een aantal kunstenaars alle bestaande ideeën over schilderkunst, vormgeving en architectuur volledig op z’n kop! Iedereen zou moeten wonen in een omgeving die helemaal in evenwicht is. De kunstenaars beschreven het zelf als wonen in een schilderij. In de ideale woning zouden alle kunsten bijdragen aan harmonie – de architectuur, de meubels en de kleuren van het huis zouden op elkaar afgestemd zijn. Ze noemden hun beweging ‘De Stijl’ en hun invloed zien we vandaag de dag nog terug in de inrichting van Nederlandse woonkamers.
Maar wat is nu eigenlijk het verschil tussen autonome kunst maken en toegepaste kunst ontwerpen? Aan de hand van gesprekken en korte opdrachten verkennen de leerlingen het werk van de art nouveau kunstenaar Gerrit Willem Dijsselhof en Piet Mondriaan, mede oprichter van De Stijl. Bij het maken van een gestileerde tekening voor een wandtapijt of lounge ontwerp ligt de nadruk op onderzoek: hoe kun je de essentie van een schilderij ook toepassen op het interieur van een huis? Hun persoonlijk antwoord vinden de leerlingen wanneer zij zelf aan de slag gaan met een eigen ontwerp.

Doelstellingen van de les

De leerlingen onderzoeken de Dijsselhofkamer óf volgen ze de artistieke ontwikkeling van Piet Mondriaan, van figuratief naar abstract schilderen. Ook verkennen zij de verschillen en overeenkomsten met het werk van andere kunstenaars, architecten en vormgevers van De Stijl. De leerlingen worden uitgedaagd om na te denken over de esthetische waarde, de autonomie en de functie van kunst en de verschillen tussen beeldende en toegepaste kunstuitingen. Ook denken zij na over de rol van de kunstenaar en of deze de maatschappij kan veranderen.

Aansluiting bij kerndoelen: 36, 48, 50, 51 en 52 van de SLO
Vakken: Kunst/CKV en geschiedenis
Lesmateriaal: voorbereidend en of verwerkend lesmateriaal
Aantal leerlingen en begeleiding: maximaal 30 leerlingen en minimaal 2 begeleiders