Cultuurmenu doorgaande leerlijn:
‘Kennismaken met cultureel erfgoed’

Kunstzinnige oriëntatie, kerndoel 56: de leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
Sommige tussendoelen komen in de cultuurmenulessen direct ter sprake, andere zullen door opeenstapeling van ervaringen duidelijk worden.
*Van links naar rechts, opbouw in schooljaren. Van boven naar beneden, opbouw per les.

Groep 1-2Groep 3-4Groep 5-6Groep 7-8
ReceptieDe leerling kan met aandacht luisteren naar verhalen die horen bij betekenisvolle voorwerpen, gebouwen, gebruiken en gebeurtenissen.als in groep 1-2+
De leerling kan met aandacht betekenisvolle voorwerpen en gebouwen waarnemen
als in groep 3-4als in groep 5-6
De leerling leert dat een erfgoedinstelling een instituut is waar verzamelingen aangelegd worden.als in groep 1-2+
De leerling begrijpt dat een erfgoedinstelling zijn verzamelingen zorgvuldig beheert.
als in groep 3-4als in groep 5-6+
De leerling leert dat een erfgoed­instelling erfgoed op allerlei manieren kan presenteren aan het publiek.
De leerling leert wat verzamelen is en leert dat andere kinderen ook verzamelingen hebben.als in groep 1-2+
De leerling leert dat je verzamelingen kunt bewaren en waarom dit belangrijk is.
als in groep 3-4+
De leerling leert over de eigenschappen van materialen en materiaalbewerking.
als in groep 5-6
De leerling ervaart en begrijpt dat voorwerpen/objecten een verhaal met zich mee dragen.als in groep 1-2+
De leerling kent de relatie tussen vorm en functie van sommige voorwerpen uit het verleden.
als in groep 3-4+
De leerling leert dat het van belang is om erfgoedbronnen als belangrijke informatiedragers (verhalen) te behouden, omdat erfgoed ons veel leert over het heden en het verleden in relatie tot onze toekomst.
als in groep 5-6
ProductieDe leerling kan verhalen rond kunst- en/of (natuur) historische voorwerpen koppelen aan zijn eigen belevingswereld.als in groep 1-2+
De leerling kan zich creatief uiten naar aanleiding van voorwerpen en gebouwen.
als in groep 3-4+
De leerling leert goed naar erfgoed te kijken en dit te verwerken in een opdracht (tekenen, vragen beantwoorden, verhaal schrijven).
als in groep 5-6+
De leerling leert zijn/haar verbeelding te gebruiken bij voorwerpen, documenten, gebouwen en personen.
De leerling vertelt over zijn eigen verzameling.als in groep 1-2+
De leerling kan zich voorstellen waarom het belangrijk is om voorwerpen te bewaren.
als in groep 3-4+
De leerling denkt na over de eigenschappen van materialen van erfgoed en kan ze met waarde en respect behandelen.
als in groep 5-6+
De leerling begrijpt dat een erfgoedinstelling voorwerpen verzamelt, bewaart en presenteert.
De leerling kan zijn ervaringen verwerken in een werkstuk (b.v. een tekening, een verhaal vertellen etc.)als in groep 1-2als in 3-4als in 5-6
RefectieDe leerling bekijkt/bespreekt op eenvoudige wijze een aantal (erfgoed) objecten. Wat is het, waarvoor wordt het gebruikt, wat kun je ermee.als in groep 1-2+
De leerling ervaart wat de in­houdelijke waarde van objecten is zowel voor hem persoonlijk als in algemene zin.
als in groep 3-4+
De leerling is in staat om verschillende objecten te vergelijken op basis van vorm, functie en (inhoud) materiaaleigenschappen.
als in groep 5-6+
De leerling leert het erfgoed (de objecten en/of de collectie) in verbinding brengen met zichzelf/de eigen actualiteit.
De leerling leert dat erfgoed bestaat uit verschillende collecties en objecten waar betekenisvolle verhalen aan verbonden zijn, die ook altijd met haar/hemzelf te maken hebben.als in groep 1-2+
De leerling leert dat er verschillende soorten erfgoed­instellingen zijn die dit erfgoed bewaren.
als in groep 3-4+
De leerling kan erfgoed op een geordende manier analyseren en bekijken en daardoor beter begrijpen en doorgronden.
als in groep 5-6+
De leerling leert onderzoek te doen naar een object of een serie objecten uit de collectie.